|
Plantenleven:
Wilde planten |
| Zie voor meer info over de wilde
planten op Internet. Er zijn verschillende
sites met informatie over het plantenleven.
Bijvoorbeeld:
Wikipedia en
http://www.wilde-planten.nl |
| |
| Driekleurig
viooltje (Viola tricolor) is eenjarig
(soms meerjarig), kan tot 40 cm hoog worden. De
plant heeft een kantige rechtopstaande stengel
die kleine, tegenover elkaar staande blaadjes
heeft, die langgerekt tot ovaal met aan de voet
steunblaadjes, die drie- tot achtlobbig maar
soms veerspletig zijn. De bloemen zijn meestal
1,5 cm breed en driekleurig. De twee
rechtopstaande kroonbladen zijn meestal violet.
Het onderste kroonblad is geel of wit gekleurd. |
| |
| Echte
kamille (Matricaria
recutita) is een plant uit de
composietenfamilie. De plant is eenjarig, kan
10-40 cm hoog worden en heeft meestal een vrij
sterke geur. De bloem heeft een witte
stralenkrans van lintbloemen en vijftandige
buisbloempjes. De witte lintbloemen buigen aan
het eind van de bloei naar beneden. De hoofdjes
zijn tamelijk lang gesteeld. |
| |
| Fluitekruid
(Anthriscus sylvestris) is een plant
uit de schermbloemenfamilie. De schermen zijn
samengesteld uit witte bloempjes die tamelijk
vroeg bloeien. De stengels zijn hol en gegroefd.
De plant is behaard. De bloem is wit, doorsnede
van 3 à 4 mm. Elk bloempje heeft een
omwindseltje en vijf kroonblaadjes, waarvan er
twee kleiner zijn. De bloemen vormen
samengestelde schermen met 8 tot 15
schermstralen. De bladeren zijn twee- tot
drievoudig geveerd; de onderzijde is
zachtbehaard. |
| |
| Gele plomp
(Nuphar lutea) is een waterplant met
drijvende bladeren. Het is een plant die zich
middels zijn wortelstok en via zaad verbreidt.
In het eerste jaar kent de plant veelal alleen
onderwaterbladeren. Daarna komen de drijfbladen
en in de zomer de gele bloem die aan de
boterbloem doet denken. Bloemen alleenstaand,
boven water, 5 gele kelkbladeren, kroonbladen
klein, stevig en glanzend geel. |
| |
| Gewone reigersbek (Erodium
cicutarium) komt voor op zanderige grond met
roze bloemen. De vrucht is eivormig en heeft een
22 tot 35 mm lange snavel. De bladen zijn oneven
geveerd en hebben diep veerspletige blaadjes. De
stengel is dikwijls rood aangelopen. |
| |
| Gewoon bosviooltje of bleeksporig
bosviooltje (Viola riviniana) is een
plant uit de viooltjesfamilie (Violaceae). Het
bosviooltje heeft blauwe of blauw-violette
bloemen. Het spoor is bleker en op het onderste
kroonblad zitten veel donkere aders. De
doorsnede is 10 tot 25 mm.
|
| |
| Gewoon
struisgras (Agrostis
capillaris) is een vaste plant uit de
grassenfamilie. De plant wordt 10-70 cm hoog. De
gladde stengels kunnen aan de onderste knopen
wortels vormen. De bloeiwijze is een
gerekt-eivormige pluim van violette aartjes.
Bladeren meestal vlak met een kort tongetje. |
| |
| Groot
kaasjeskruid (Malva
sylvestris) is een 1-1,5 m hoge vaste plant
uit de kaasjeskruid-familie. De plant heeft
drie- tot zevenlobbige, handvormige bladen. De
2,5-4 cm grote, roze bloemen hebben veel
meeldraden. De bloemen groeien met twee of meer
bijeen in de bladoksels. De vijf roze
kroonbladen zijn iets ingesneden en hebben
donkere strepen. |
| |
| Grote ereprijs
(Veronica persica)
is een eenjarige plant die behoort tot de
helmkruidfamilie. Forse blauwe bloemen op stelen
die veel langer zijn dan de bladen. De bladen
zijn eirond en diep getand. De stengels zijn aan
de voet wortelend, liggend tot opstijgend.
|
| |
| Harig
wilgeroosje
(Epilobium
hirsutum) is een 80-180 cm hoge vaste plant
in de Teunisbloemfamilie. De zacht behaarde
stengel draagt 6-12 cm lange langwerpige
bladeren. De bladeren zijn meestal
tegenoverstaand, terwijl het middelste blad vaak
stengelomvattend is. Ook de bladeren zijn zacht
behaard. De bloemen zijn 15-25 mm, 5 uitgerande
rozerode kroonbladen, en een 4-spletige stempel. |
| |
|
Herfstleeuwetand (Leontodon
autumnalis) heeft een tot 45 cm hoge
stengel, die vertakt is met aan het einde van de
vertakkingen 1 bloemhoofdje. De kale bladen zijn
bochtig getand tot veerdelig ingesneden. De
randbloemen hebben aan de onderzijde meestal een
roodachtige streep. |
| |
| Hondsroos
(Rosa canina) is een struik die bloeit in
juni en juli met 4 tot 6 cm grote, witte of roze
bloemen. De kroonbladen zijn veel langer dan de
kelkbladen. De vrucht is een ovale, rood-oranje,
1,5 tot 2 cm grote bottel, waar men jam van
maakt. De zaden kunnen zich zonder bevruchting
ontwikkelen. De struik heeft takken met gekromde
tot haakvormige stekels. |
| |
Jacobskruiskruid
(Jacobaea vulgaris) is
een wilde, in de regel tweejarige plant met gele
bloempjes uit het geslacht Jacobaea (Jacobskruid).
Jakobskruiskruid heeft een
krans van gele straalbloempjes. De plant komst
steeds meer voor in de Nederlandse wegbermen en
natuurgebieden en vandaar uit in de
perceelranden van weilanden. De zaadjes worden
door het zaadpluis met de wind meegevoerd.
Bloeitijd van juli tot oktober.
Jakobskruiskruid is giftig voor de meeste
zoogdieren, waaronder ook de mens. |
| |
Judaspenning (Lunaria annua) is
een tweejarige, 50-80 cm (soms tot 100 cm) hoge
plant uit de kruisbloemen-familie (Brassicaceae).
De bovenste bladeren zijn zittend of zeer kort
gesteeld, de onderste zijn gesteeld.
De bladeren zijn grof gekarteld en ei- tot
hartvormig. De bloemen zijn reukloos en 2,5-3 cm
groot.
De kleur van de bloemen is paars of wit. De
bloemen zijn gegroepeerd aan de top van de
rechtopstaande stengel.
De bloeitijd loopt van april tot in juni. De
hauwtjes zijn bijna rond. De vruchten zijn plat
en 3-6 cm groot.
De plant is
aantrekkelijk voor vlinders. De
plant heeft een voorkeur voor
zonnige tot licht beschaduwde
plaatsen.
|
| |
| Kattestaart Grote (Lythrum
salicaria) is een rechtopstaande hoge vaste
plant, meestal aan de waterkant. De lange,
rechtopgaande, vierkantige stengels zijn meestal
onvertakt en hebben vier in de lengte verlopende
strepen. De 3-8 cm lange, lancetvormige tot
eironde bladeren staan onderaan in kransen,
kruisgewijs tegenover elkaar, maar aan de top
verspreid. De 1-1,6 cm grote bloemen groeien in
schijnkransen uit de oksels van de bovenste
bladen, elk heeft vier tot meestal zes
kroonbladen en twaalf meeldraden. Bloeiperiode
van juni-september. |
| |
| Klaproos
of papaver (Papaver)
is een plantengeslacht en een echte
pioniersplant. Een bekende soort is de
slaapbol (Papaver somniferum),
waaruit opium gewonnen wordt. Deze soort wordt
ook als sierplant gebruikt. De papaver die in
Nederland groeit, komt vooral voor op droge
zanderige grond die kort geleden omgewoeld is,
zoals op spoordijken of op opgespoten
zandvlaktes. De zaden van de klaproos behouden
onder de grond erg lang hun kiemkracht en
ontkiemen als ze, soms na jaren, weer aan de
oppervlakte komen. |
| |
| Kleine Klaver
Een liggend plantje met
tot 30 cm, dunne stengels. Bladeren 3-tallig,
het eindblaadje is langer gesteeld dan de
zijblaadjes. Bloeiwijze hoofdjesachtig met 15-20
bloempjes. Bloemsteeltjes zeer kort. Kroon geel,
tenslotte bruin. Later krijgt de plant peultjes
die naar alle kanten omlaaggericht zijn, in een
halfvormig hoofdje. |
| |
| Knikkende distel (Carduus
nutans) is een plant uit de
composietenfamilie. De Nederlandse naam wordt
ontleend aan dat de bloemhoofdjes knikken. De
knikkende distel bloeit in Nederland in juli en
augustus met 2-8 cm brede, roodpaarse, knikkende
bloemhoofdjes. Een bloemhoofdje bestaat uit meer
dan honderd zoet geurende bloempjes. |
| |
| Knolboterbloem
(Ranunculus
bulbosus) is een kruidachtige plant uit de
ranonkelfamilie met 2-3 cm grotegele bloemen.
Aan de voet is de stengel verdikt tot een knol,
vandaar de naam. De bloem is goudgeel, met een
teruggeslagen kelk. De bloemsteel is gegroefd.
De 15-50 cm hoge stengel van de plant is aan het
onderste gedeelte afstaand, bovenaan aanliggend
behaard. |
| |
| Knoopkruid (Centaurea
jacea) is een kruidachtige plant uit de
composietenfamilie. Het is een algemene plant
van bermen en andere ruderale plaatsen. De
overblijvende plant wordt 30-70 cm hoog. De
bloemhoofdjes zijn 2-4 cm breed, de randbloemen
hiervan zijn vergroot en steriel. Door het
vergroten en het opzij staan lijken ze op
lintbloemen. Ze bestaan uit roze tot roodpaarse
buisbloemen. De bloeiperiode loopt van juni tot
in de herfst. |
| |
| Madeliefje (Bellis perennis
L.) is een kleine overblijvende plant die
maximaal 15 centimeter hoog wordt. Aan het einde
van de bloemstengel staat één bloemhoofdje. Deze
is maximaal 2,5 cm groot en bestaat uit gele
buisbloemen met een krans van witte
straalbloemen. De spatelvormige bladeren staan
in een wortelrozet. De rand van het blad is
gekarteld. |
| |
|
Margriet (Leucanthemum)
is een overblijvende plant die in hoogte
varieert van 5-100 cm. De kruidachtige, snel
groeiende stengel in meestal onvertakt en
ontspringt uit een kruipende wortelstok. De
bladeren zijn afwisselend geplaatst. De
bladranden zijn enkel of dubbel getand.
Bloemkorfje tot 6 cm met gele buisvormige
randbloempjes. De schijf is zijn geheel is vlak
of hol. |
| |
| Melkdistel
(Sonchus) is een kruidachtige plant
uit de familie Asteraceae. De stengels
bevatten een melkachtig sap. De afmeting van de
bloemhoofdjes varieert van 1-3 cm. Het zijn alle
straalbloemen. Variëren in hoogte van 30-200 cm.
De bladkleuren variëren van groen tot paars,
zijn onregelmatig en hakkelig veervormig
ingesneden met zachtstekelige randen, aan de
voet pijlvormig-stengelomvattend. |
| |
|
Moerasvergeetmeniet
(Myosotis discolor Pers) is een to 30 cm
hoog, behaarde plant. Bloempjes kortgesteeld.
Bloemkroon eerst geel, dan roodachting en
tenslotte blauw. Kroonbuis is langer dan de
kelk, keelschubben zijn kaal en geel. Vrucht
kortgesteeld, wijd afstaand van de bloeias. De
bladeren zijn smal-ellipsvormig. |
| |
| Paardebloem
(Taraxacum officinale)
is een soort uit de composietenfamilie. In deze
familie zijn bloemen sterk gereduceerd en klein
en staan dicht bij elkaar in een bloemhoofdje. Het bloemhoofdje
van een paardenbloem bestaat uit alleen gele
lintbloemen. De wortel is een penwortel die
decimeters diep de grond in kan dringen. De
zaden worden door de wind verspreid via een
soort parapluutje. |
| |
| Pinksterbloem (Cardamine pratensis)
is een kruisbloemige die tot een halve meter
hoog kan worden. De plant bloeit met lila tot
roze bloemen. De kroonbladen zijn maximaal 18 mm
lang. De plant heeft een wortelrozet. De
bladeren zijn samengesteld. De deelblaadjes van
het wortelrozet zijn kort en breed en vaak
bochtig getand. De stengelbladeren zijn smal en
lang. De stengel is hol en rond. De vrucht is
een hauw. |
| |
| Pitrus
(Juncus effusus) is een wilde vaste plant
uit de russenfamilie. De glanzende groene
stengels zijn ongeveer 3 mm dik en kunnen een
hoogte bereiken van 1,5 meter, maar zijn meestal
tussen de 20 en 100 cm lang. De plant heeft een
korte, sterk vertakte wortelstok. De bloemen
zijn bruin met meestal drie meeldraden en een
losse bloeiwijze, aan de bloemvoet zitten twee
vliezige steelblaadjes. |
| |
| Rode klaver
(Trifolium pratense)
is een overblijvende plant uit de
vlinderbloemenfamilie. Het is een vaste plant
met een samengesteld, drietallig blad. De plant
kan 15-50 cm hoog worden. De stengel is behaard.
In het midden van deze bladeren zit een lichte
vlek. |
| |
| Scherpe
zegge (Carex acuta)
is een
vaste plant uit de
cypergrassenfamilie. Heeft grasgroene
bladeren, droge bladeren rollen naar beneden om.
De plant wordt 50-150 cm hoog en heeft lange
wortelstokken. De plant heeft twee tot vier
mannelijke en twee tot vier zwartbruine,
vrouwelijke
aren. De mannelijke aren zitten meestal
boven de vrouwelijke aren. De vrouwelijke aren
zijn 3-9 cm lang. |
| |
| Schijfkamille
Een tot 30 cm hoge
plant. De bladeren zijn 2- of 3-voudig
veervormig ingesneden, met opeengedrongen
lijnvormige slippen. Bloemkorfjes uitsluitend
met groenige buisvormige schijfbloempjes. |
| |
| Smalle weegbree
(Plantago
lanceolata) is een overblijvende plant. Ze
wordt maximaal 0,5 m hoog. De bladeren staan
allemaal in een bladrozet en zijn lancetvormig.
De aar staat op een gegroefde steel. De witte
helmknoppen die op de helmdraden relatief ver
buiten de aar staan steken hiertegen af.
|
| |
| Speenkruid
(Ranunculus ficaria
subsp. bulbilifer) is een laagblijvende
voorjaarsbloeier die behoort tot de
ranonkelfamilie. De plant wordt tot 30 cm hoog
en bloeit van maart tot mei. De hartvormige
bladeren zitten aan het uiteinde van een lange
bladsteel. De gele bloemen hebben acht tot
twaalf kroonbladeren en drie groene
kelkbladeren. |
| |
| Veenpluis
(Eriophorum angustifolium) is een plant
uit de cypergrassenfamilie. De bloemen zijn
tweeslachtig tot 4aartjes aan het einde van de
rechtopstaande stengel en in plaats van een kelk
en kroon is er een krans van borstelharen, die
later uitgroeien tot lange witte haren. Stengel
boven 3-kantig, onder rond. |
| |
| Veldzuring
(Rumex acetosa) is een overblijvende
plant die ruim een halve meter hoog kan worden,
op zonnige plaatsen zijn veel delen van de plant
rood aangelopen. De bladeren zijn langwerpig en
hebben voetslippen die in tweeën gespleten zijn.
De bladeren van het rozet zijn gesteeld, maar
langs de stengel zijn ze ongesteeld en zijn de
voetslippen stengelomvattend. Ze zijn
gerekt-pijlvormig en netnervig en gaafrandig. De
soort is tweehuizig. De bloemen staan in een
losse en enkelvoudige pluim. |
| |
| Vlier
(Sambucus) is een
snelgroeiende heester of kleine boom. In de
lente dragen ze tuilen van witte of
crèmekleurige bloemen, gevolgd door kleine rode,
blauwachtige of zwarte vruchten. De bessen
worden veel gebruikt voor het maken van jenever
en jam of gelei. |
| |
|
Vogelwikke (Vicia
cracca) is een plant uit de
vlinderbloemenfamilie. De plant heeft slappe
stengels die zachtbehaard zijn. Ze zoeken door
middel van ranken steun bij andere planten. De
plant wordt gekenmerkt door de veelbloemige
trossen met soms wel dertig bloempjes. Het blad
is geveerd en bevat zes tot twintig paar
deelblaadjes van 1-2,5 cm lang. De vrucht is een
peul van 1-2,5 cm lang, deze is bruin en
onbehaard. |
| |
| Witte
klaver (Trifolium
repens) is een vaste plant uit de
vlinderbloemenfamilie. De lange stengels liggen
op de grond en bewortelen op de knopen. Alleen
de toppen staan opgericht. De plant is niet
behaard en kan tot 50 cm lang worden. De
welriekende bloem is wit of heeft soms een roze
waas. Individuele bloemen zijn 0,8-1,3 cm lang.
De bloemen verwelken via roze tot bruin. De kelk
is tiennervig. De plant bloeit met witte bloemen
in een hoofdjesachtige tros met een lange steel. |
|
~----
TOP
----~ |